wadden zeeklei veen keileem bodemkaart overig contact
vulling Ontginning van het Laagveen Bewoning Natuurgebieden Flora van het veen Fauna van het veen


Fryslân, veen

Veen in het Lage Midden

Een langzaam stijgende zeespiegel veroorzaakte een steeds hogere stand van het grondwater. Tussen het hoge keileemlandschap uit het Pleistoceen en de vanuit zee opgeslibde kwelders, werd het landschap natter. In dit lage midden kwam op grote schaal veen tot ontwikkeling. Vanuit de natte gebieden kroop het veen de drogere zandgronden op, vrijwel geheel Fryslân raakte er mee bedekt.

Er zijn twee soorten veen, Laagveen en Hoogveen. Laagveen wordt gevormd onder de waterspiegel. Restanten van planten die in het water groeien zinken naar de bodem, ze vergaan niet omdat ze zijn afgesloten van zuurstof. De laag wordt steeds dikker tot dat deze aan het wateroppervlak komt. Eenmaal aan het oppervlak kan er Moerasbos op gaan groeien. De tweede soort, Hoogveen wordt voornamelijk gevormd door Veenmossen. De mossen werken als een spons en houden zoveel water vast dat het veen boven het grondwater uitgroeit. Het veen wordt alleen nog gevoed met voedselarm regenwater. De Hoogvenen liggen als natte koepels in het landschap en kunnen zich over de droge zandgrond uitbreiden. Ook bovenop het Laagveen kunnen Hoogveenkoepels ontstaan. Foto's van Hoogveen vind je onder het tabblad "Keileem"

Rond 500 v.Chr. bereikte het veen zijn maximale omvang, meer dan de helft van Fryslân was bedekt met uitgestrekte hoog- en laagvenen. Slechts de getijdengebieden met de dan al bewoonde kwelders bleven vrij. Hier belemmerde zout zeewater het ontstaan van veen. De veengebieden waren onaantrekkelijk en vrijwel onbewoonbaar voor mensen. In de Romeinse tijd begint de ontginning van het veen om meer ruimte te krijgen voor boerderijen en hun bewoners. Door de ontginningen openbaarden zich ook de eerste problemen met bodemdaling en wateroverlast. Nadat 300 n.Chr. het Romeinse rijk ineen stortte, raakte Fryslân grotendeels ontvolkt en de in cultuur gebrachte terreinen werden weer door het veen bedekt. Pas na de tijd van de grote volksverhuizingen zou men weer beginnen met de ontginning. Aanvankelijk om ruimte te vinden voor de groeiende bevolking maar later ook om te kunnen voorzien in de steeds groter wordende behoefte aan brandstof. Met de komst van kolen en olie was veen als brandsof niet meer rendabel. Echter was verreweg het meeste veen al afgegraven.


Meer ...



Maximale veenbedekking rond 500 v.Chr

Veenbedekking 500 v.Chr.
Bronnen:

Atlas van Nederland in het Holoceen
Drowned Landscape - Harry Fokkens
Friese plaatsnamen - K.F. Gildemacher
De wereld onder de Oldehove - E. Boers
Veenterpen rond Sneek - Annelies Vreeken
De vorming van het land - H.J.A. Berendsen
Landschappelijk Nederland - H.J.A. Berendsen
de Alde Feanen - Rintjema, Claasen, Hettema, Hosper en Wymenga
De Mieden - Brinkkemper, Bongers, Jager, Spek, vd Vaart en IJzerman
De Vegetatie van Nederland - J.H.J. Schaminée, V. Westhof et al. 1995
Bullepolder, bewoning op het hooveen in de Midden-IJzertijd - M Bakker
Ontwerp watergebiedsplan Súdwesthoeke-Fryske Marren - Wetterskip Fryslân
Culthistorische inventarisatie Koningsdiep - Jeroen Wiersma (pdf - RUG)
Verlanding in laagveenpetgaten (pdf - Natuurkennis.nl)
Natura 2000 - Habitattypen en Beheerplannen
De Nederlandse Gemalen Stichting
Archeologie in Nederland
Geologie van Nederland
Hoogveenherstel.nl
Wetterskip Fryslân
Molendatabase

Friesland op de kaart (Schotanus-Halma 1718)
Friesland op de kaart (Eekhof 1849-1859)
Topo tijdreis (topografie 1800 - heden)
Actueel Hoogtebestand van Nederland
Thematische kaarten (Provincie Fryslân)

© Hendrik van Kampen