|

|
Zeekleilandschap van de kust
Nadat de snelheid van de na-ijstijdse zeespiegelstijging begon af te nemen kon de sedimentatie hiermee gelijke tred houden. De kust verplaatste niet meer verder landinwaarts. (zie Wadden). Op de steeds hoger wordende gronden kon zich zilte vegetatie vestigen die de opslibbing nog versnelde. Deze met zilte vegetatie begroeide kleigronden worden in Fryslân Kwelders genoemd. Zeewater heeft hier twee maal per dag toegang via een stelsel van kronkelende geulen en prielen. Bij storm met verhoogde waterstanden kan de hele kwelder overstromen.
Daar waar de kwelder aan het water grenst, doet versterkte sedimentatie kwelderruggen ontstaan. Groffe deeltjes bezinken het eerst als het water het land op komt, hier is de grond zavelig en doorlatend. Dieper landinwaarts kunnen in rustig stilstaand water ook de kleinste deeltjes bezinken en wordt zware Knipklei afgezet.
Sporen van het eerste gebruik van de kwelders vinden we rond 750 v.Chr. Mogelijk ontdekten boeren vanuit Drenthe de goede weidegronden van de kwelder en namen deze in gebruik. Na verloop van tijd gingen ze permanent op de hogere delen van de kwelder wonen. Later begon men de woonplaats te verhogen met zoden, restanten van bebouwing en afval. Zo ontstonden kunstmatige woonheuvels, de terpen. Uit de Romeinse tijd worden de eerste sporen van dijken gevonden, daarna raakte het gebied grotendeels ontvolkt. Rond 450 n.Chr. kwamen er nieuwe bewoners vanuit andere gebieden rond de Noordzee.
Na de kerstening van Fryslân kwam in de tiende eeuw de dijkbouw op gang. Aanvankelijk voorzag men terpdorpen van een ringdijk. Vanaf de elfde eeuw werd, onder initiatief van Kloosters, het bedijken gecoördineerd en grootschaliger aangepakt. In de twaalfde eeuw waren Oostergo en Westergo voorzien van dijken en begon men kwelders in de Middelzee in te polderen.
De Middelzee deelde Fryslân in tweeën en liep vanuit het noorden diep landinwaarts tot aan de veengrond bij Bolsward en Sneek. In 1505 werd de inpoldering van het laatste deel van de Middelzee planmatig en grootschalig aangepakt met behulp van "gastarbeiders" uit Zuid Holland. Het bedijken van stukken kwelder is tot in onze tijd doorgegaan. De laatste jaren wordt echter het belang van kwelders voor de natuur, en als klimaatbuffer, ingezien. Op sommige plaatsen worden zomerdijken doorgestoken zodat buitendijkse polders weer omvormen tot kwelders.
Meer ...
| |
De gedeeltelijk afgegraven terp van Jannum
| |