wadden zeeklei veen zand themakaart overig contact
vulling Ontginning van het Hoogveen Wâlden Beekdalen Gaasterland Natuurgebieden Flora Fauna


Fryslân, keileem

Keileem en dekzand van het Drents Plateau

De basis voor het Friese landschap is gelegd in het Pleistoceen, een periode waarin ijstijden met warmere perioden werden afgewisseld. Voor het vormen van de basis van het landschap van Fryslân zijn de laatste twee ijstijden van belang, het Saalien en het Weichselien. Na het Weichselien is het Pleistoceen ten einde en begint het Holoceen, de warme periode waarin we nu leven. Tijdens het Holoceen verdwijnt het Pleistocene landschap aan de kust onder een dikke laag sediment en veen. In de hogere delen is de bodem uit het Pleistoceen nog aan het oppervlak aanwezig. Dat landschap op de Pleistocene ondergrond wordt in dit hoofdstuk in beeld gebracht.

In het Saalien kwam de ijskap tot in Nederland en werd in Fryslân een laag Keileem afgezet. Het ijs bedekte Fryslân vanuit het noordoosten en bewoog naar het zuidwesten. Die richting is nog steeds af te lezen aan de oriëntatie van de grote beekdalen en de rij van de meren Heegermeer, Fluessen, de Holken en Morra die samen een gletsjerdal vormen. In het daarop volgende Weichselien kwam het ijs niet meer tot aan Nederland, hier heerste een koude droge poolwoestijn. Tijdens deze periode is dekzand door de wind afgezet.

Aan het begin van het Holoceen, 11.000 jaar geleden, lag de Noordzee droog. Er lag een laagvlakte waarin grote grazers leefden. De zeespiegel steeg aanvankelijk zeer snel, tot rond 4000 v.Chr. de snelheid afnam en de kustlijn van Nederland ongeveer op de huidige plaats kwam te liggen. Vanaf dat moment kon de sedimentatie de zeespiegelstijging bijhouden.1 Op de droge zandgronden hebben altijd mensen geleefd. Dat waren aanvankelijk groepen rondtrekkende jagers en verzamelaars. Ongeveer 3000 v.Chr. deed de landbouw zijn intrede in het noorden van Nederland en begonnen mensen zich steeds meer op vaste plekken te vestigen. Onder invloed van de nog steeds stijgende zeespiegel ging de grondwaterstand omhoog, het land werd steeds natter en raakte bedekt met veen, ook de zandgronden raakten bedekt met hoogveen. De bewoners werden daardoor gedwongen het gebied te verlaten. Vanaf de middeleeuwen is het veen vanuit de bewoonde kwelders via de beekdalen ontgonnen en daarbij voor een groot deel verdwenen. De zandgronden konden weer bewoond worden hoewel de opbrengst uit de schrale grond niet groot was.

Meer ...


Animatie van de ijstijden tot heden in een beekdal

Fryslansite ©Hendrik van Kampen