Flora v.h. Drents district:
De hogere zandgronden van Nederland zijn opgedeeld in vijf zogenaamde pleistocene districten. Drenthe en de aangrenzende zandgronden in de provincies Groningen, Overijssel, Friesland en een stukje Duitsland vormen het Drents district.
Hoogveen
Voor de overzichtelijkheid heb ik de foto's van veenmossen bij elkaar in dit blokje geplaatst. Ook soorten van moerasbos en veenmosrietland staan hier.
↓ Bossen
↓ Stuifzandheide
↓ Vochtige Heiden
↓ Hooilanden in Beekdalen
|
|
|
Waar geen hoogveen aanwezig is, komen van oorsprong verschillende bostypen voor op de Nederlandse zandgronden. Bossen ontwikkelen zich vooral op drogere locaties, hellingen en zandkoppen. Door eeuwenlang menselijk ingrijpen zijn er in Nederland echter geen volledig natuurlijke bossen meer over.
|
|
|
Het habitattype Stuifzandheide (H2310) omvat een landschap met een mozaďek van heide, stuifzand en heischraal grasland. Het is een halfnatuurlijk systeem dat historisch is ontstaan door ontbossing en bodemuitputting door middel van houtkap, branden, plaggen en overbegrazing. Omdat het gebied zonder menselijk ingrijpen spontaan zou terugkeren naar bos, is actief beheer noodzakelijk voor het behoud van dit habitattype.
|
|
|
Het betreft hier Vochtige Heiden van de hogere zandgrond. Ook op laagveen komt Vochtige Heide voor, die komen bij tabblad 'Veen' aan bod.
Vochtige Heiden hebben een schrale, natte en zure bodem. Kenmerkend is het grote aandeel van Gewone Dophei in de begroeiing. De heiden komen voor in de flank van beekdalen, in laagten met een ondoorlaatbare bodem en aan de randen van vennen. Ik toon hier ook enkele soorten die in het water van een ven groeien.
|
|
|
Hooiland is grasland dat te drassig is om vee te weiden, eenmaal per jaar werd het land gemaaid voor hooi. Toevoer van mineralen vond plaats door overstroming van de beek of kwelwater dicht onder het maaiveld. Hierdoor verschraalde de bodem. Verschillen in bodem en waterhuishouding zorgden voor verschillende typen soortenrijke hooilanden. In de 20e eeuw zijn door de uitvinding van kunstmest hooilanden grootschailg ontgonnen. Het oppervlak is hierdoor sterk teruggelopen. De restanten die er nog zijn moeten worden beheerd om ze in stand te houden. Het beheer moet lijken op het gebruik van vroeger en kan per type grasland verschillen.
|
|
|
 |