1 Schema van een vastelandskwelder

Rond de Waddenzee treffen we bij de eilanden en tegen de kust van het vasteland kwelders aan. Kwelders ontstaan in beschutte kustgebieden. Voor de vorming van een kwelder moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan: de getijdezone moet kleine hellingshoek hebben, er moet voldoende aanvoer van sediment zijn, weinig stroming en golfslag bij lichte of geen zeespiegelstijging. Eilandkwelders verschillen van vastelandskwelders. Ze liggen aan de zuidzijde en worden in het noorden beschermd door een duinwal langs de Noordzee. De opslibbing van eilandkwelders is gemiddeld 0,5 cm per jaar en ze bevatten relatief veel zand. Bij eilandkwelders is nog ruimte voor een natuurlijke ontwikkeling van de kwelder. Vastelandskelders vormen zich voornamelijk in baaien of estuaria. Ze slibben gemiddeld 1 cm per jaar op en bevatten veel meer klei en slik dan eilandkwelders. De in het verleden natuurlijk ontstane vastelandskwelders zijn vrijwel allemaal ingepolderd waardoor er tegenwoordig geen ruimte meer is voor natuurlijke kweldervorming. In het schema hieronder bekijken we het verloop van natuurlijke kweldervorming zonder menselijk ingrijpen.

Zonering in een natuurlijke vastelandskwelder

Als de omstandigheden gunstig zijn, kunnen zich in de getijdenzone pioniersoorten vestigen. Als de vegetatie aaneengesloten wordt, versneld het opslibben omdat de planten de golfslag dempen en meer sediment invangen. In het begin stroomt veel vloedwater direct vanuit zee over de kwelder, na verloop van tijd gaat de aan- en afvoer via een steeds verder uitbreidend netwerk van geulen en prielen. Terwijl de kwelder verder zeewaarts aangroeit, wordt hij aan de landzijde hoger. Bij stormvloed en hoge tijen gaat het water met veel kracht door het geulenstelsel. Op het moment het over de rand komt neemt de stroomsnelheid in de vegetatie sterk af. Op de oever wordt sediment afgezet waardoor er oeverwallen langs de geulen ontstaan. Naarmate de kwelder hoger wordt, overstroomd hij minder vaak. Regenwater krijgt meer invloed waardoor het karakter van de vegeatie verandert. Op grond daarvan zijn verschillende vegetatiezones te onderscheiden.
















2 Doorontwikkeling naar een kwelder met kwelderwal

Oudere kwelder met kwelderwal

Vlak achter de pionierzone, ongeveer waar het gesloten plantendek van een oudere kwelder begint, vindt opslibbing plaats die vergelijkbaar is met de vorming van de oeverwallen langs kweldergeulen. Op het moment dat bij stormvloed of hoge tijen zeewater over de vegetatie stroomt, wordt de golfslag gedempt waardoor een groot deel van het sediment hier wordt afgezet, vooral grove deeltjes. Op die manier ontstaat een kwelderwal nabij de vloedlijn. Als daarna geulen dichtslibben of de oever daarvan door instorting geblokkeerd raakt, verdrinkt een deel van de hogere kwelder achter de wal. Het water kan langdurig in plassen blijven staan waardoor planten afsterven. Pioniervegetatie krijgt weer een kans. Achter de kwelderwal ontstaat een secundaire pionierbegroeiïng. Na verloop van tijd zullen nieuwe geulen de drainage overnemen, maar het effect op de vegetatie en kale plekken blijven nog lang zichtbaar.




































3 De kwelder wordt bewoonbaar, kolonisatie van de kwelderwallen

Aangroei van een kwelder stap 1

Fase 1 We zien we een mooi ontwikkelde kwelder met een kwelderwal of klif. Geulen zorgen voor de afvoer van het water uit het achterland. Als de voorwaarden gunstig zijn kan de kwelder verder groeien. Bijvoorbeeld tijdens een periode met weinig stormen, als de zeespiegel niet teveel stijgt of wanneer de kwelder in de luwte ligt, beschermd tegen sterke golfslag.

Aangroei van een kwelder stap 2

Fase 2 In het ondiepe water van het relatief rustig gelegen waddengebied heersen de perfecte omstandigheden voor het verder aangroeiën van de kwelder. Voor de kwelderwal of kliffen ontwikkelt zich een pionierzone die al snel weer uitgroeid tot een nieuwe kwelder.

Aangroei van een kwelder stap 3

Fase 3 Het hele proces heeft zich herhaald. Voor de oude kwelder is een nieuwe kwelder ontstaan, compleet met kwelderwallen, geulen en een achterland. De nieuwe kwelderwal vormt een extra buffer die de oude wal tijdens stormvloed tegen golfslag beschermd. De oude wal is nu veilg genoeg om te bewonen, al snel verschijnen hier de eerste terpdorpen.

Keywords: Vastelandskwelder, Zonering, Opslibben, Sediment, Geul, Kreek, Priel, Stelsel, Stormvloed, Overstroming


Animatie van het aanslibben van de Bouwhoek

Getijvlakte Getijvlakte
Kwelderbekken Kwelder
Kwelderwal Kwelderwal
Terpen Terpen


Besteman et al. 1999. fig. 21 & 23 (P.C. Vos)
Dijkema et al. 2011
De Groot, van Wesenbeeck & van Loon-Steensma 2012
Van Wesenbeeck et al. 2014
Esselink, van Duin & Wielemaker 2019


De Bouwhoek, voorbeeld van een landschap met kwelderwallen

In de Bouwhoek vinden we een mooi voorbeeld van een landschap dat is ontstaan als gevolg van het aangroeien van een kwelder volgens het hier beschreven proces. De Bouwhoek ligt in noordwest Fryslân, het landschap begint even ten zuiden van Frjentsjer en loopt tot aan de Waddenzee. Rond 700 v.Chr. lag hier het wijde trechtervormig estuarium van de Boorne. De wadvlakte lag beschermd tussen twee lobben van de oerkwelder en begond te verlanden. De Boorne werd gedwongen een meer oostelijke route te zoeken die zich later tot de Middezee zou ontwikkelen. In ongeveer 1000 jaar was het hele estuarium verland. In de bouwhoek ligt een aantal parallel lopende kwelderwallen met terpdorpen en verlaten terpen. Naar het noorden toe worden deze steeds jonger. Aan de noordoostkant van het gebied kreeg de Middelzee steeds meer invloed waardoor daar afslag van de kwelder begon op te treden. Het terugtrekken van de kustlijn is nog goed zichtbaar rechtsboven in de animatie.

Fryslansite ©Hendrik van Kampen