Vastelandkwelders:
Natuurlijke kweldervorming

Aan de Friese kust vindt vrijwel geen natuurlijke kweldervorming meer plaats, de invloed van de mens is overal aanwezig. Toch zijn er nog wel foto's te maken die een beeld van de natuurlijke processen geven.
↓ Kwelderwerken
↓ Lage en Hoge kwelder
↓ Zomerpolders
↓ Primaire Zeewering
|
|

Met kwelderwerken, het aanleggen van rijshout, en graven van sloten en greppels, heeft men het opslibben van de kwelder versneld. Als de kwelderwerken niet worden onderhouden zal de kwelder afslaan.
|
|
|
Als de pioniersoorten zich hebben gevestigd en geulen zijn gevormd, kan de kwelder hoog opsibben. Nu het landschap hoger wordt, krijgt zoet regenwater meer invloed en verschijnen er andere soorten planten zoals: Kweldergras, Zoutmelde en Zeeaster. De pionierzone gaat over in een kwelder en groeit uit tot het grazige landschap waar de eerste Friezen op terpen leefden.
|
|

Eeuwen lang werden buitendijkse kwelders langs de Middelzee bedijkt voor de veiligheid. Na inpoldering van het Bildt werden nieuwe polders vooral aangelegd voor financieel gewin. Vanaf 1883 kwam de primaire zeewering onder de verantwoordelijkheid van de provincie, ook enkele nieuwe polders kwamen achter de primaire zeewering te liggen.
Nadat de positie van de zeedijk vast was komen te liggen, ging het aanleggen van buitendijkse zomerpolders door. De polders werden gebruikt als hooiland en voor het inscharen van vee. Als een deel van de kwelder hoog genoeg was opgeslibd werd het van een zomerdijk voorzien, de invloed van zout water werd minder en de opbrengst verbeterde.
|
|
|
Na de stormvloed van 1953 moesten alle dijken worden versterkt om zo'n ramp in de toekomst te voorkomen. In de jaren 70 en 80 werd over verschillende dijktrajecten voor het buitendijkse gebied hevig gediscussieerd. Friesland wilde het hele gebied bedijken, de Waddenvereniging wilde de buitendijkse kwelders behouden. 1986 hakte de landelijke regering de knoop door en werd besloten de zeedijk over het traject van de bestaande dijk te leggen. Een groot deel van het buitendijks gebied werd 1996 verkocht aan it Fryske Gea, financieel ondersteund door de Europese Unie. Noard-Fryslān Būtendyks werd een natuurgebied.
|
|
|
 |