Beekdal van de Boorne

Legenda:

Zeekleivlakte Zeeklei
Polder of landaanwinning Polder, landaanwinning
Klei op veen Klei op veen
Veen Veen
Pleistocene zandgronden Zandgrond
Keileen aan de oppervlakte Keileem
Leidijk Leidijk

Rivier of beek Naamgevende rivier
Overige wateren Overige wateren
Ligging moderne dorpskern Samengevoegd dorp
Historisch kerkdorp Dorpskerk
Begraafplaats Begraafplaats
Huisplaatsen Huisplaatsen
Schans Tachtigjarige Oorlog Schans

Hartman 2013

Kaart samengesteld uit:
Schotanus 1664
Schotanus & Halma 1718
Eekhof 1849
PDOK: Bodemkaart (vereenvoudigd)
PDOK: Oppervlaktewaterlichamen

De Boornevallei

Middeleeuwse ontginningsdorpen liggen in lijnen op enige afstand van de oever van de rivier. De eerste bewoners van het gebied kwamen vanuit het westen via de rivier en begonnen op de oever een boerderij. Hier gold het recht van opstrek: Een boer die een stukje land bezat mocht in het verlengde van zijn kavel woeste grond ontginnen. Zo ontstonden vanaf de oever van de rivier lange kavels het binnenland in. De kavels werden van elkaar gescheiden door sloten, die ook zorgden voor de afwatering. Na verloop van tijd was het wonen op de oever niet meer aantrekkelijk. De bodem ging dalen, de grond werd te nat, te schraal of de landerijen kwamen eenvoudig te ver van de boerderij af te liggen. Dat was het moment besloot de boerderijen binnen het eigen kavel te verplaatsten naar een plek hoger in de flank van het beekdal. Later konden er nog wel één of meerdere verplaatsingen volgen. Vaak bleef een kerkhof daarbij op de oude locatie achter. Op de kaart van Schotanus 1718 staan veel van die voormalige kerkhoven aangegeven. Enkele daarvan zijn ook nu nog aanwezig of er zijn sporen van terug te vinden. Tegenwoordig is de loop van de Boorne niet meer compleet: De Boorne is gedeeltelijk gekanaliseerd, tussen Nij Beets en Aldeboarn loopt zij door een veenpolder waar het landschap grootschalig is verveend. Hier is het riviertje volledig verdwenen. Verder er zijn dammen gelegd en via vaarten en sloten wordt water afgeleid om overstromingen te voorkomen.

Halverwege de 16e, begin 17e eeuw begonnen de grootschalige commerciële turfafgravingen in Fryslân. Het eerste initiatief was in 1551 vanuit it Hearrenfean. In 1641 werd de Drachtster Compagnie opgericht begon men ook vanuit Drachten met de commerciële turfwinning. Er werd een vaart gegraven die die aansloot op het natuurlijke water van de Ee. Zo ontstond er een route westwaarts om de turf o.a. naar de Hollandse steden te kunnen afvoeren. Met het graven van een groot aantal zijvaarten (wijken) werd het veen drooggelegd. Enkele jaren later kon men beginnen met steken van turf. Via de wijken werden de turven met een Praam naar de hoofdvaart gebracht, daar werden ze op Skûtsjes geladen waarna het transport verder ging. Aan de vaart verschenen woningen van arbeiders en handelaren. De dorpen die hieruit ontstonden werden al snel groter dan de oorspronkelijke middeleeuwse ontginningsdorpen.

Fryslansite ©Hendrik van Kampen