Historisch boerderij onderzoeker Klaas Uilkema was een in 1873 in Grou geboren boerenzoon. Hij werd opgeleid tot onderwijzer (1896) en landbouwonderwijzer (1904). Vanwege zijn achtergrond raakte hij geïnteresseerd in de geschiedenis van het ontstaan van verschillende typen boerderijen. Dit resulteerde in 1916 in de publicatie van zijn eerste boek: "Het Friesche boerenhuis". Hij kreeg de opdracht om zijn onderzoek verder te zetten, maar na verloop van tijd viel de financiering weg. Daarna betaalde Uilkema het onderzoek grotendeels zelf. Tussen 1918 en 1933 reisde hij door heel Nederland om boerderijen te bezoeken, waar hij talloze opmetingen verrichtte en duizenden foto’s maakte. Het werk is nooit in druk verschenen, maar werd verspreid in de vorm van stencils.
Ir. E.L. van Olst baseerde haar proefschrift op dit materiaal, een lijvig standaardwerk uit 1991 over de ontwikkeling van boerderijen.1
De belangrijkste verdienste van Uilkema was dat hij de ontwikkeling van verschillende typen boerderijen in kaart bracht en deze theorie onderbouwde met waarnemingen. Hij vond uit dat het oudste type een langwerpige, lage boerderij was, met het woonhuis, de karnruimte en de stal onder één dak. Op het erf naast de boerderij stond een hooiberg met een rieten kap. Dit type werd door Uilkema "Oud-Friese Greidboerderij" genoemd, tegenwoordig is "Oud-Fries langhuis" gangbaar. Tijdens het onderzoek voor zijn eerste boek uit 1916 waren er nog maar enkele van dit type over. Die waren toen al gemoderniseerd om de bedrijfsvoering te verbeteren. Uit zijn herinnering wist Uilkema dat de boerderijen 25 jaar daarvoor eenvoudiger waren. Onderzoek van bouwsporen wees uit dat het langhuis oorspronkelijk fungeerde als woonstalhuis, waarbij wonen en werken in één open ruimte plaatsvonden.
Daarmee lijkt het Oud-Fries langhuis direct af te stammen van de woonstalhuizen die bekend zijn uit terpopgravingen. Het enige overgebleven exemplaar van een Oud-Fries langhuis staat in Wartena en is tegenwoordig een museum. Een tweede in Grou is ook door Uilkema onderzocht en helaas in 1915 afgebroken.2
Oud-Friese langhuizen kwamen voor in Noord-Holland, Friesland, Groningen en het Duitse kustgebied. Op het eiland Wieringen bezocht Uilkema drie Wieringer boerderijen van hetzelfde type als op deze foto. Ze zijn door hem gedetailleerd gedocumenteerd. De Wieringer boerderijen hebben een vergelijkbare ontwikkeling doorgemaakt als andere leden van de Friese Huisgroep. De schuur is ontstaan vanuit een hooiberg met zijmuren waarna de kap tot op het langhuis werd doorgetrokken. De indeling en functies van de ruimtes zijn op Wieringen ongewijzigd gebleven. De plattegronden van Uilkema en deze foto laten beide zien dat het woongedeelte en de stal één open ruimte vormen.
In de winter woonde de boer voorin, achterin stonden de koeien op stal in een Friese opstelling: tussen schotten, met de kop naar de muur en achter het vee was een grup om de mest af te voeren. De oude buitenmuur is vervangen door een houten wand met luiken, waardoor het vee direct vanuit de schuur kon worden gevoerd. Zodra het vee in de zomer de wei in ging, werd de stal schoongemaakt en verhuisde de woonhoek naar de achterzijde. De foto is gemaakt vanuit de karnruimte in het voorhuis, dat als enige is afgescheiden van de rest van het woonruimte. Dit interieur bevindt zich in het Wieringer Eilandmuseum Jan Lont. Het museum is gevestigd in een monumentale boerderij waardoor het mogelijk was een foto van de bouwkundige situatie te maken.3
Keywords: Wieringer, Boerderij, Woonruimte, Woonstalhuis, Langhuis, Museum, Jan Lont, Stroe